Schilder maar vooral graficus, houtsnijder, houtgraveur en fotograaf. Architect. Landbouwingenieur (Leuven 1918-23). Opleiding architectuur en schilderkunst aan de Academie van Antwerpen (1916-18, A. Van Beurden, A. Van Dyck, E. Farasyn, F. Gogo). Werkt mee aan dagbladen en tijdschriften, o.m. aan het studententijdschrift Vlaamsch Leven. Illustreert Tien Vlaamsche Koppen, met een inleiding van Michel Seuphor. Verblijft sinds 1925 in Argentinië en werkt er als tekenaar, architect, ondernemer, publiciteitsagent en decorateur en vanaf 1933 als leraar in de graveerkunst. Werkt meestal abstract, soms surrealistisch. Stelt in 1929 modernistische fotografie tentoon, surrealistische en abstracte foto's, fotocollages, montages en fotogrammen. Illustreert Les Fleurs du Mal (1931-32). Leraar gravure in Buenos Aires (1933) en Cuyo (vanaf 1940). Vanaf 1926 meer dan 500 individuele tentoonstellingen in Zuid- en Centraal Amerika. Illustreert diverse literaire werken en werkt gedurende vele jaren aan De Vier Evangelies (1933-40). Snijdt meer dan 1200 gravures. Lid van 't Getij. Uitgebreide collecties in de Prentenkabinetten van Antwerpen en Brussel. |