Symbolistisch beeldhouwer. Leerling van zijn vader Félix R. en van C. Van der Stappen aan de Academie van Brussel (1879-1887). Debuteert als beeldhouwer-ornamentschilder in Nederland en Duitsland bij G. De Groot en A. Desenfans. Werkt in dienst van J. Lambeaux o.m. mee aan het Brabomonument (1886). Lambeaux blijft een stempel drukken op zijn werk. Verblijft herhaaldelijk in Parijs en maakt er heiligenbeelden. Godecharleprijs (1887) en Romeprijs (1891). Verblijft vanaf 1889 drie jaar in Italië (vooral in Firenze). Atelierchef bij G. Devreese. Leraar aan het NHISKA en de Academie van Brussel (1929-35). Lid van de Koninklijke Academie (1909). Medeoprichter van Kunst van Heden. Reist tijdens WO I naar Venetië en Londen. Na WO I neemt hij deel aan de restauratie van ornamentsculpturen in Leuven. Maakt o.m. de monumenten Kardinaal Mercier, Gabrielle Petit, Paul Janson en Edith Cavell in Brussel. Werk in de Musea van Antwerpen, Brussel, Gent, Luik, Tervuren, Glasgow, Londen, New York en Boedapest. |